|
(dit is een bijdrage die de meest uiteenlopende onderwerpen kan omvatten) De Wet van MurphyWho the f... is Murphy?
Ed Murphy, de opsteller van de wet van Murphy, was een onverbeterlijke optimist. De wet van Murphy luidt: Wat mis kan gaan, gaat mis. Deze wet kan op vele manieren worden bewezen, althans bij verschillende, gelijkwaardige uitdrukkingsvormen. We geven alvast enkele illustraties. Als voor het monteren van een apparaat twaalf schroefjes nodig zijn, zullen er precies elf in de la liggen. Waren er slechts elf nodig, dan zijn er maar tien. Enzovoort. Meer in het algemeen kan men stellen, zijn n onderdelen nodig, dan zijn er n-1 voorradig. Als we het apparaat toch maar in elkaar gaan zetten, desnoods met n-1 schroeven, dan blijkt bij schroef n-2 dat we alle pakkingen vergeten zijn zodat alles weer los moet. Zit alles tenslotte goed vast, dan blijkt het gezochte schroefje in de andere la te liggen, naast een essentieel onderdeeltje dat er nog in had gemoeten. De ‘Murfologie’ is een complete wetenschap geworden, vooral in de Verenigde Staten. Een plank kan worden gevuld met boekjes die leuke wetten principes en axioma’s bevatten, de een nog meliger dan de andere. Het enige echte (en dat neigt al gauw tot flauw) is het eerste boekje over de wet van Murphy van Arthur Bloch, dat in 1977 verscheen. Bloch geeft ook de herkomst van de naam. Hij
schrijft dat hij, toen hij vrijwel klaar was met het boekje en zich
al had verzoend met het idee dat hij er niet achter zou komen wie
Murphy was, een brief kreeg van een medewerker van het Amerikaanse
bureau voor de ruimtevaart, George Nichols. Deze vertelde dat Murphy
wel degelijk bestaan had. Het was een kapitein bij de luchtmacht.
Nichols kon ook de ontstaansgeschiedenis van de wet geven. Het
speelde in 1949, en Ed Murphy was vliegtuigingenieur op een
Californische luchtmachtbasis. Murphy was bezig een of ander
apparaat te repareren dat weer niet werkte door toedoen van een
technicus, en op een gegeven moment riep hij gefrustreerd uit: “Als
er een manier is om het fout te doen, doet hij het.” Dat was dus de oorspronkelijke, niet geheel grammaticale, lezing van zijn wet. Nichols vervolgde dat hij aan deze uitspraak en aan de varianten de naam ‘de wet van Murphy’ had gegeven; de wet begon zijn zegetocht na een persconferentie waar werd opgemerkt dat iedereen op de basis ‘rekening hield met de wet van Murphy’ en dat het daarom zo goed ging. Het kan natuurlijk zijn dat Bloch of Nichols of beiden het verhaal uit hun duim zuigen. Er zijn ook bronnen die Edsall Murphy een zeventiende- of achttiende-eeuwse natuurkundige laten zijn. In Blochs boek vinden wij veel uitdrukkingen die door Nederlandse schrijvers als hun eigen vondsten zijn gepresenteerd. Godfried Bomans had graag de wet naar zich genoemd gezien volgens welke beschuit altijd met de beboterde kant naar beneden valt, maar een nauwkeuriger, probabilistische formulering gaf Jenning; de kans dat een boterham met de beboterde kant op het tapijt valt, is evenredig met de prijs van het tapijt. Maarten Biesheuvel heeft opgemerkt dat de rij voor het loket in het postkantoor waar je niet staat, altijd sneller gaat; Etorre zei het algemener en bondiger; de ander rij gaat sneller. Het principe dat steeds n-1 van de noodzakelijke n stuks voorradig zijn, werd opgemerkt door Klipstein, die ook scherpzinnig observeerde dat op maat geknipte draadjes te kort zijn. De constatering dat Murphy een optimist was, komt van O’toole. De wet van Murphy is van toepassing op ons gehele rampzalige universum. Je vindt nooit iets tot je het vervangt; de totale hoeveelheid ellende in een systeem is constant; de trein waarop je wacht is te laat en de trein waarop je moet overstappen op tijd; het gezocht tijdschrift ligt altijd onderop tenzij je onderaan begint; zodra iets hebt weggegooid heb je het nodig, enzovoort, enzovoort. Er zijn twee terreinen waar de murfologie een zeer hoge vlucht heeft genomen; de wetenschap en de techniek. Geleerden zijn gewend dingen moeilijker te zeggen dan ze zijn, omdat ze het exact willen doen. Bijvoorbeeld, in plaats van zich tevreden te stellen met de zegswijze ‘hoe meer zielen, hoe meer vreugd,’, wensen ze te weten of dit verband rechtlijnig is of niet. Zij zien dat twee mensen een goed gesprek kunnen hebben en dat vier mensen klaverjassen, maar dat zes mensen menen dat er een feestje is. Ze komen tot een wet; de hoeveelheid vreugde neemt toe met het kwadraat van het aantal zielen, of: als het aantal aanwezigen groeit volgens een wiskundige rij, groeit de vreugde volgens een meetkundige rij. Herformuleer nu zelf: wie kaatst moet de bal verwachten, wie een hond wil slaan vindt licht een stok; holle vaten klinken het hardst; de beste stuurlui staan aan wal. Daarnaast is het wetenschappelijk onderzoek zelf ook een goudmijn. Edington merkte op dat het aantal hypothesen dat naar voren wordt gebracht om een biologisch verschijnsel te verklaren, omgekeerd evenredig is met de beschikbare kennis. Een andere biologische wet: onder de strengste proefopstelling, waarbij temperatuur, druk, volume, vochtigheid en alle andere variabelen nauwkeurig beheerst worden, doet het proefdier precies waar het zin in heeft. De tweede hoofdwet van de murfodynamica: in een gesloten systeem neemt de verwarring altijd toe.
|