Een nostalgische bijdrage van HENK VISSER

 

De Gezondheidsinspectie

Enige dagen[1] na het bezoek aan een buitenlandse haven werden ’s ochtends met “Overal” alle WC’s en urinoirs gesloten.

Manschappen dienden zich te melden bij de ziekenboeg voor gezondheidsinspectie.[2] Indien de blaas eerst werd geledigd, zou het eventuele ontstekingsvocht uit de pisbuis zijn “gespoeld”. Hoewel in de jaren zestig dit lang niet meer na alle havens gebeurde, toch werden deze inspecties nog regelmatig uitgevoerd. Officieren en onderofficieren behoefden zich niet te laten inspecteren. Wel was eenieder verplicht artikel 21 uit de Algemene Baksorder na te leven.

 

 

 

 

 

 

In de ziekenboeg hangt de scheepsarts (en ook de ziekenpa) nonchalant over de leuning van een omgekeerd neergezette stoel.

“Velletje naar achter, even zachtjes knijpen, mooi zo, volgende.”

Na een verdachte coïtus moest prophylaxe zo snel mogelijk worden toegepast.

- De genitaliën met water en zeep wassen en daarna (gebeurde in de praktijk niet vaak) met een sublimaatoplossing.

- Dan werd een 1-procent oplossing Protargol (een eiwitzilververbinding) in het urinekanaal gespoten, daarna de pisbuis dichtknijpen en tot 100 tellen.

- Vervolgens geslachtsdelen en omgeving met 33 % calomelzalf (kwikzalf) insmeren. Dit tegen infecties die via eventuele huidbeschadigingen zouden kunnen ontstaan.

- Het geheel werd met WC papier verpakt en i.p.v. een pendek kwam het donkerblauwe sportbroekje goed van pas.

- Na 8 á 12 uur mocht alles met water en zeep worden schoongewassen.

 

Ook moest men zich inschrijven in het “Prophylaxe Boek”, inTekstvak: In het midden: Het blauwe sportbroekje, hier gedragen tijdens de sportdag MKAD 1979. (Rechts op de foto Yvonne van Leeuwen)
de wandeling het “schoftenboek” genoemd. Daarin werden naam en marinenummer vermeld alsmede de tijd van coïtus, tijd van ontsmetting en de naam van de ziekenverpleger van de wacht.

 

 

Op veel schepen was er gelegenheid voor “ouwe jongens” het ontsmetten zelf uit te voeren en de ziekenverpleger lekker te laten pitten. Die zette dan later zijn paraaf. Met name het stationsschip in de West telde vaak ervaren “Campo-ratten”.

Een term van 18 maanden leverde best wel gevaar op voor degradatie, want werd je een paar keer door de MP in Campo Allegro geschaakt waren de straffen niet mals.

Natuurlijk gebeurde het ook wel eens dat er na een “Verdachte Bijslaap” niet ontsmet werd. Legio smoesjes, of men was “een stukje film kwijt”…

De twee tot vier “kijkdagen” waren dan wel héél erg spannend. Met een bezwaard gemoed werd dan regelmatig in het lichaamsdeel, waarmee de daad gepleegd was, geknepen en gekeken of er afscheiding was.  Er kwam dan ook wel “vals alarm” voor, omdat door het knijpen de urineleiding geïrriteerd raakte. Met loden schoenen begaf men zich dan naar de ziekenboeg met de mededeling dat er tandpasta uit de loop kwam! Indien er dan niets loos bleek, gaf dat een grote opluchting en er werd gezworen “het” nooit meer te doen…..

Had iemand toch een echte besmetting opgelopen (“zuur getikt”) dan was dat echt wel voelbaar bij het urineren. En, zeker en vast, stond de ziekte niet in het schoftenboek, dan werd hij ook nog gerapporteerd (“in het vlaggeboek”), moest bij de Ouwe op parade komen en kreeg een stevige pof.

Eerlijkheidshalve moet ik vermelden dat halverwege de jaren zestig de Marine een milder en menselijker beleid inzake geslachtsziekten voerde. Er werd niet meer gerapporteerd ingevolge het overtreden van het gestelde in artikel 21 van de Algemene Baksorder.

 


[1] De zogenaamde “kijkdagen”, want pas na enige tijd werd zichtbaar of men met een venerische aandoening was besmet.

[2] In plaats van “Gezondheids”  werd ook wel een ander woord gebezigd…

 

 

 

BEDANKWOORD VAN HENK VISSER

//

Ref: INT QSO V&V 2006 nr 1 – Photoreq captured Go Fast.

Na een stilteperiode komt Sgtodvb Erwin Kompier (plv OGB VBC Parera en ex- A.C.-F816) in de lucht. TKS Erwin & LTZ W. Knol (RCC), BZ!

//

 

N A V P U B S

Korte blik op recent verschenen publicaties over de K.M.

 

In de schaduw van de Vliegende Hollander

 Bloedrode zeilen, hij vaart recht tegen de wind in! De Vliegende Hollander, onze nationale legende (zeker 250 jaar oud) is ontelbare malen gebruikt om Nederland en de Nederlanders meestal in positieve zin aan te duiden (promoten). Onze nationale “carrier” vloog beschilderd met het aansprekende logo en het tweetalige opschrift op de blauwe band rond de romp! De auteur Drs. Graddy Boven is als een albatros in de enorme hoeveelheid publicaties gedoken. Samen met Arne Zuidhoek (maritiem kunstenaar en schrijver) en striptekenaar Jack Staller verhaalt hij over The Flying Dutchman, gebruikmakend van vele bronnen. Echt een boek om als marineman/-vrouw je familieleden cadeau te doen. Het heeft een modern vierkant formaat en een harde geplastificeerde omslag en is gevuld met zeer veel gekleurde tekeningen. Koop er nu alvast een paar dan heeft u met Sint/Kerst een opvallend geschenk! 

Verschenen bij: APRILIS, Zaltbommel 2006

ISBN: 90-5994-092x ; ISBN 13:978-90-5994-092-5     Prijs: € 22,50

Verkrijgbaar bij: Marinemuseum en alle boekhandels

 

 

 

Van stiefkind tot professionele wasdom

(De medische zorg bij de Nederlandse zeemacht in de twintigste eeuw)

 

Het “stiefkind” ontwikkelde zich tot de zeer gewaardeerde Geneeskundige Dienst. Verbazingwekkend hoe dit werk tevens het reilen en zeilen van de K.M. in algemene zin weergeeft. Het boek telt 480 bladzijden en in 28 hoofdstukken en diverse bijlagen wordt de geschiedenis, de specialisaties en de operationele inzet beschreven in een goed leesbare stijl, verluchtigd met vele illustraties.

Een greep: de Oost, de West, vrouwen, schip contra mens, voeding, kleding, humanitaire assistentie, lucht- en onderwatergeneeskunde. Missies zoals de Golf oorlogen, Cambodja en Haïti worden behandeld.

Auteurs: G.T. Haneveld (ex-Marine arts) en A.J. van der Peet (historicus). This is “value for money”.

 

 

 

Verschenen bij: De Bataafsche Leeuw, Amsterdam 2005

ISBN: 90-6707-601-5    Prijs: € 22,50

Verkrijgbaar bij: alle boekhandels

 

Henk Visser